Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN
4.DE BESLISSING
.
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag winstbelasting 2019 opgelegd met een verzuimboete. Het bezwaar werd pas op 26 februari 2025 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van twee maanden. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en weigerde vermindering van aanslag en boete.
Belanghebbende stelde pro forma beroep in en diende later een motivering in. De Inspecteur bood aan de aanslag ambtshalve te verminderen naar nihil en de boete te verlagen. Tijdens de zitting op 4 juni 2026 werd de ontvankelijkheid van het bezwaar centraal gesteld.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat geen verschoonbare omstandigheden waren gesteld. De inhoudelijke beoordeling van de aanslag en boete kon daardoor achterwege blijven. De redelijke termijn voor de behandeling van de boete werd niet overschreden vanwege de late indiening van het bezwaar, een omstandigheid die niet aan de Inspecteur of het Gerecht kan worden toegerekend.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie binnen twee maanden.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wijst het beroep ongegrond.