Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
verzoeker,
gemachtigde: mr. A.R. de GROOT,
verweerster,
gemachtigde: mr. B.B. BROOKS.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Verzoeker werkt sinds september 2014 als bewaker en werd op 4 november 2018 op staande voet ontslagen nadat hij ziek was geworden en naar het buitenland was gereisd voor een medische ingreep. Hij betwist de geldigheid van het ontslag en vordert betaling van achterstallig loon van US$ 10.800, vermeerderd met rente en kosten.
De verweerster stelt dat verzoeker de vordering tegen de verkeerde partij heeft ingesteld. Uit bewijsstukken blijkt dat verzoeker een arbeidsovereenkomst heeft met een andere rechtspersoon dan degene die als verweerster optreedt. Het gerecht stelt vast dat er geen dienstbetrekking tussen verzoeker en verweerster bestaat en dat er geen aanwijzingen zijn dat de twee rechtspersonen met elkaar geïdentificeerd moeten worden.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt verzoeker veroordeeld in de proceskosten. Vanwege het bewezen onvermogen van verzoeker wordt hem toestemming verleend om kosteloos te procederen.
Uitkomst: Verzoek tot doorbetaling loon wordt afgewezen omdat de vordering tegen de verkeerde rechtspersoon is ingesteld.