De werknemer was sinds 12 januari 2007 in dienst bij de werkgeefster als sales associate. Op 8 mei 2021 werd hij op staande voet ontslagen vanwege een vermeende vechtpartij waarbij hij een stanleymes zou hebben gebruikt. De werknemer betwistte deze feiten en stelde dat de collega de vechtpartij was begonnen. Videobeelden toonden een woordenwisseling die escaleerde, waarbij de werknemer niet als eerste agressief werd en het mes slechts kort uit zijn hesje werd gehaald.
Het gerecht oordeelde dat de feitelijke grondslag voor het ontslag op staande voet was komen te vervallen, mede omdat het ontslag een te zwaar middel was gezien het langdurige dienstverband en het ontbreken van vervolging door het Openbaar Ministerie. Het ontslag werd daarom onregelmatig en kennelijk onredelijk verklaard.
De werkgeefster werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van NAf. 8.100,00 wegens onregelmatig ontslag en eenzelfde bedrag wegens kennelijk onredelijk ontslag. Daarnaast moet zij het getuigschrift en de loonkaart van 2021 aan de werknemer verstrekken binnen 30 dagen, onder verbeurte van een dwangsom. De vordering tot betaling van salaris over de periode na het ontslag werd afgewezen omdat deze was verdisconteerd in de opzegtermijn. De werkgeefster werd tevens veroordeeld in de proceskosten.