Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2023:103

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
2 september 2024
Zaaknummer
SXM202301075
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668a BWSXM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging arbeidsovereenkomst en betaling overuren en vakantiedagen

De zaak betreft een geschil tussen verzoeker en Boss B.V. over het voortduren van een arbeidsovereenkomst en betaling van loon en overige vergoedingen. Verzoeker had een eerste arbeidsovereenkomst van zes maanden, waarna Boss een tweede overeenkomst voor twaalf maanden aanbood, die verzoeker niet ondertekende vanwege onbeantwoorde vragen. Desondanks is het gerecht van oordeel dat een nieuwe arbeidsovereenkomst van twaalf maanden stilzwijgend is aangegaan, welke op 10 april 2023 is geëindigd zonder verdere verlenging.

Het gerecht wijst de verzoeken van verzoeker af die betrekking hebben op loon en andere emolumenten vanaf 10 april 2023, omdat artikel 7:668a BWSXM niet van toepassing is. Wel blijft de mogelijkheid open voor verzoeker om alsnog aanspraak te maken op betaling van niet-betaalde overuren en vakantiedagen. Omdat de standpunten hierover onvoldoende duidelijk waren, wordt partijen gelegenheid gegeven zich hierover schriftelijk uit te laten.

De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na ontvangst van deze schriftelijke uitlatingen. De mondelinge uitspraak is op 1 november 2023 gedaan door rechter Wouters en op 3 november 2023 vastgelegd.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is geëindigd per 10 april 2023 en verzoeken tot loon na die datum worden afgewezen, behalve voor niet-betaalde overuren en vakantiedagen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202301075
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 1 november 2023
inzake
[naam],hierna: [naam],
te Sint Maarten,
verzoeker,
gemachtigde: mr. C.H.J. MERX,
tegen
BOSS B.V.,hierna: Boss,
te Sint Maarten,
verweerster,
gemachtigde: mr. N. DE LA ROSA,

1.Het procesverloop

1.1.
Verzoeker heeft op 29 september 2023 een verzoekschrift met producties ingediend. Verweerster heeft op 31 oktober 2023 een verweerschrift met producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 1 november 2023. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen. Van het overige is door de griffier aantekening gehouden. Boss heeft overgelegd een salarisstrook, die – zoals door hem erkend – op 28 april 2023 door [verzoeker] is ontvangen. Een kopie daarvan is aan dit proces-verbaal gehecht.
1.2.
Aan het einde van de zitting heeft de rechter onmiddellijk de volgende uitspraak gedaan.

2.De beslissing

het Gerecht
2.1.
wijstde verzoeken van [verzoeker], als weergegeven in het petitum van het verzoekschrift, met betrekking tot de onderdelen I (met uitzondering van het gedeelte dat ziet op niet-betaalde overuren en vakantiedagen), II en III
af,
2.2.
verwijstde zaak naar de rol van 22 november 2023 voor akte uitlating als bedoeld in r.o. 3.3. aan de zijde van [verzoeker] (
P1) en naar de rol van 13 december 2023 voor antwoordakte aan de zijde van Boss (
P1);
2.3.
houdtiedere verdere beslissing
aan.

3.De beoordeling

3.1.
Het Gerecht geeft hiervoor de volgende motivering.
Is er op en na 10 april 2023 nog sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen?
3.2.
Vast staat dat Boss, na de eerste arbeidsovereenkomst van 6 maanden, een tweede arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden heeft voorgelegd aan [verzoeker] en hem bij herhaling heeft verzocht die tweede overeenkomst te tekenen. [verzoeker] heeft de overeenkomst niet ondertekend, naar zijn zeggen omdat hij vragen had die onbeantwoord bleven. Tegen de duur van de nieuwe overeenkomst had hij echter geen bezwaar. [verzoeker] mocht er, gelet op het vorenstaande, dan ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Boss de eerste arbeidsovereenkomst stilzwijgend met 6 maanden en daarna nog eens met 6 maanden wilde verlengen. Daarom is er, ondanks het feit dat [verzoeker] de tweede arbeidsovereenkomst niet heeft ondertekend, tussen partijen aansluitend op de eerste arbeidsovereenkomst een nieuwe arbeidsovereenkomst gaan lopen voor de duur van 12 maanden. Deze is op 10 april 2023 geëindigd zonder dat sprake was van een nieuwe verlenging. [verzoeker] kan zich derhalve niet beroepen op artikel 7:668a BW, hetgeen tot gevolg heeft dat hij geen recht heeft op loon en andere emolumenten vanaf 10 april 2023. De onderdelen I (met uitzondering van het gedeelte dat ziet op niet-betaalde overuren en vakantiedagen), II en III van het petitum als weergegeven in het verzoekschrift worden daarom afgewezen.
Kan [verzoeker] aanspraak maken op betaling van overuren/vakantiedagen en zo ja, in welke mate?
3.3.
Partijen verschillen hierover van mening. De standpunten van partijen zijn tijdens de zitting niet voldoende duidelijk over het voetlicht gekomen. Partijen zal daarom de mogelijkheid worden geboden om zich hierover bij akte, met inachtneming van de hiervoor gegeven beslissing, uit te laten. De beurt zal eerst aan [verzoeker] worden gegeven en daarna aan Boss.
3.4.
Iedere verdere beslissing zal intussen worden aangehouden.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, in het openbaar uitgesproken op 1 november 2023 en vastgelegd op 3 november 2023.