Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4.De beoordeling
NAf 3.000,00 +
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De Minister-President van Sint Maarten heeft een kort geding aangespannen tegen een gedaagde die haar herhaaldelijk en publiekelijk van corruptie en andere ernstige beschuldigingen heeft beticht zonder bewijs. De gedaagde verspreidde via video’s, geluidsopnames en WhatsApp berichten beschuldigingen over corruptie, seksuele intimidatie binnen het kabinet en persoonlijke aanvallen op de Minister-President, waaronder ongefundeerde claims over haar privéleven.
Het Gerecht beoordeelde de zaak aan de hand van een belangenafweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eer en goede naam. Hoewel de vrijheid van meningsuiting een fundamenteel recht is, oordeelde het Gerecht dat de uitlatingen van de gedaagde onrechtmatig zijn omdat zij niet steunden op voldoende feitelijke grondslagen en onnodig grievend waren.
De vordering tot rectificatie werd toegewezen, waarbij de gedaagde werd veroordeeld tot het opnemen en verstrekken van rectificerende video- of geluidsopnamen met specifieke teksten waarin de beschuldigingen worden ingetrokken. Tevens werd hem verboden om in het openbaar misleidende en onrechtmatige uitlatingen over de Minister-President te doen, onder dreiging van dwangsommen.
De proceskosten werden aan de zijde van de Minister-President toegewezen. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Th.G. Lautenbach op 24 november 2023.
Uitkomst: De vordering tot rectificatie wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot het intrekken van ongefundeerde beschuldigingen en het staken van verdere onrechtmatige uitlatingen.