ECLI:NL:OGHACMB:2013:BZ8828
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- H.J. van Kooten
- S. Verheijen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap in afwachting wetgeving Aruba
In deze zaak verzocht [verzoekster] het Hof om het vaderschap van wijlen [x] gerechtelijk vast te stellen. De rechtbank in eerste aanleg wees dit verzoek af, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het Hof ging uit van het ontbreken van een wettelijke regeling in Aruba voor gerechtelijke vaderschapsvaststelling, maar erkende dat op grond van artikel 8 EVRM Pro in beginsel aanspraak op zo'n vaststelling kan bestaan. Het Hof verwees naar vergelijkbare jurisprudentie van de Nederlandse Antillen en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Echter, omdat er een ontwerp-landsverordening in behandeling is die een regeling voor gerechtelijke vaderschapsvaststelling bevat, en gezien de rechtspolitieke keuzes die daarmee gepaard gaan, besloot het Hof om de uitkomst van het wetgevingsproces af te wachten. Daarbij speelde mee dat de putatieve vader reeds was overleden, wat extra juridische complicaties met zich meebrengt.
Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling, met de kanttekening dat een nieuw verzoek na inwerkingtreding van de wet mogelijk is.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen in afwachting van de totstandkoming van de relevante wetgeving.