ECLI:NL:GHSHE:2008:BG6114
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Pellis
- Lohuis
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap en toepassing Nederlands recht bij staatloze kinderen
De zaak betreft een verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van twee minderjarige kinderen, die na erkenning door de man staatloos zijn geworden. De rechtbank Breda wees het verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
De vrouw betoogde dat toepassing van Marokkaans recht, zoals voorgeschreven door artikel 6 Wet Pro Conflictenrecht Afstamming (WCA), de kinderen staatloos maakt en hun fundamentele rechten schendt, waaronder het recht op family life uit artikel 8 EVRM Pro. De kinderen kunnen geen Marokkaanse nationaliteit verkrijgen en verblijven illegaal in Nederland, met dreiging van uitzetting.
Het hof oordeelde dat het recht op gerechtelijke vaststelling van het vaderschap onder artikel 8 EVRM Pro valt en dat de toepassing van Marokkaans recht in deze situatie een ontoelaatbare inmenging vormt. Daarom past het hof op grond van openbare orde Nederlands recht toe en wijst het het verzoek toe, mede op basis van DNA-onderzoek dat de biologische vaderschap bevestigt.
De beschikking van de rechtbank Breda wordt vernietigd en het vaderschap wordt vastgesteld, waardoor de kinderen de Nederlandse nationaliteit kunnen verkrijgen en hun rechtspositie wordt verbeterd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toe en past Nederlands recht toe vanwege strijd met artikel 8 EVRM.