Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van zijn bijstandsuitkering, omdat hij meent dat deze ten onrechte niet met terugwerkende kracht vanaf de datum van zijn eerste aanvraag is toegekend. De directeur Sociale Zaken had aanvankelijk de aanvraag van 19 april 2011 buiten behandeling gesteld, waarna appellant een nieuwe aanvraag indiende op 18 augustus 2011 die wel werd toegekend met ingang van oktober 2011.
De minister verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond en het Gerecht in eerste aanleg bevestigde dit oordeel. Appellant stelde dat hij niet de gelegenheid had gekregen om zijn oorspronkelijke aanvraag aan te vullen, maar het hof oordeelde dat de beschikking van 29 juni 2011 buiten behandelingstelling onherroepelijk was omdat daartegen geen rechtsmiddel was aangewend.
Het hof vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren en bevestigde de eerdere uitspraak dat de bijstandsuitkering terecht niet met terugwerkende kracht werd toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.