ECLI:NL:OGHACMB:2015:74
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Saleh
- D. Radder
- V.P. Maria
- Rechtspraak.nl
Advies uitlevering opgeëiste persoon aan Verenigde Staten op grond van uitleveringsverdrag
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft op 3 september 2015 een advies uitgebracht over de uitleveringsverzoeken van de Verenigde Staten van Amerika betreffende een opgeëiste persoon geboren in 1968. De verzoeken zijn gebaseerd op het uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten en de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten.
De procedure omvatte meerdere zittingen met gesloten deuren, waarbij de procureurs-generaal van Curaçao en Sint Maarten betrokken waren, evenals de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw. De Hoge Raad vernietigde eerder een advies en verwees de zaak terug voor een nieuw advies over de toelaatbaarheid van uitlevering.
De raadsvrouw voerde aan dat uitlevering ontoelaatbaar is vanwege een reeds voltooide en dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM Pro, met name vanwege vermeende onrechtmatige bewijsgaring door Amerikaanse autoriteiten. Het hof volgde deze argumenten niet, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat de rechter niet oordeelt over de rechtmatigheid van bewijsgaring in de verzoekende staat.
Het hof concludeerde dat aan alle formele en materiële eisen van het uitleveringsverdrag en -besluit is voldaan en adviseert om over te gaan tot uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika.
Uitkomst: Advies tot toelaatbaarheid en uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten van Amerika.