Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
12 mei 2017voor het nemen van de akte door [appellante] met het doel zoals hiervoor in 3.11 omschreven;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak staat centraal of gebruiksbeperkende bepalingen uit erfpachtleveringsakten een derdenbeding bevatten, waardoor partijen zich jegens elkaar op deze bepalingen kunnen beroepen. Appellante heeft een recht van erfpacht op een perceel met een opstal, terwijl geïntimeerde eigenaar is van het naburige erfpachtrecht waarop een woning is gebouwd. Appellante stelt dat geïntimeerde in strijd met de restrictieve bepalingen heeft gebouwd en vordert afbraak van de overtredingen, terwijl geïntimeerde dit betwist en stelt toestemming van het toezichthoudend orgaan te hebben.
Het Hof bevestigt dat de gebruiksbeperkende bepalingen persoonlijke verplichtingen zijn tussen oorspronkelijke verkoper en kopers, met beding dat deze bij vervreemding worden doorgegeven. De bepalingen zijn bedongen ten behoeve van de Foundation, die toezicht houdt op naleving. De kernvraag is of deze bepalingen ook derdenwerking hebben ten behoeve van individuele kopers. Het Hof verwijst naar eerdere jurisprudentie die stelt dat dergelijke bepalingen in beginsel een derdenbeding kunnen bevatten, maar benadrukt dat dit afhangt van de omstandigheden en uitleg van de overeenkomst.
Het Hof geeft appellante gelegenheid om zich nader uit te laten over de aard en samenhang van de leveringsakten, de bedoelingen met de gebruiksbeperkende bepalingen en de rol van de Foundation in handhaving. Geïntimeerde kan hierop reageren. Totdat deze stukken zijn ingediend, wordt verdere beslissing aangehouden.
Uitkomst: Het Hof houdt de beslissing aan en geeft partijen gelegenheid tot nadere aktewisseling over de derdenwerking van gebruiksbeperkende bepalingen.