Uitspraak
[GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak draait het om een geschil tussen [appellant] en [geïntimeerden] over een samenwerking in een timeshareproject op Aruba en een lening van US$ 3 miljoen. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba had zich onbevoegd verklaard wegens onvoldoende aanknopingspunten met Aruba.
Het Hof oordeelt dat de Arubaanse rechter wel bevoegd is, mede op grond van het EEX-Verdrag, het concordantiebeginsel en de uitvoering van de verbintenis in Aruba. Het vonnis van de eerste aanleg wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.
Daarnaast is er een incidenteel appel over de verjaring van de lening. Het Hof verklaart dit appel ontvankelijk en bepaalt dat [appellant] zijn stellingen omtrent de lening en de terugbetaling kan bewijzen. Verdere beslissingen worden aangehouden om de bewijsvoering mogelijk te maken.
De kosten van het principaal appel worden aan [geïntimeerden] opgelegd. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken in Aruba op 19 september 2017.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis voor zover in conventie gewezen, verklaart de Arubaanse rechter bevoegd en wijst de zaak terug voor verdere behandeling; het incidenteel appel is ontvankelijk en verdere beslissing wordt aangehouden.