ECLI:NL:OGHACMB:2017:110
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betekening buitenlandse geïntimeerde en niet-ontvankelijkheid bij onvoldoende adresgegevens in hoger beroep
In deze civiele procedure tussen een Arubaanse vennootschap en een buitenlandse vennootschap uit de Verenigde Staten staat de vraag centraal of de betekening van de processtukken aan de geïntimeerde rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. Appellante is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis waarbij zij werd veroordeeld tot betaling van een geldbedrag, terwijl haar eigen vordering in reconventie werd afgewezen.
De geïntimeerde is niet verschenen in hoger beroep. Het Hof constateert dat de betekening van de akte van appel en memorie van grieven niet volgens de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag 1965 is geschied. Er is geen bewijs dat de stukken de geïntimeerde daadwerkelijk hebben bereikt, en er zijn onvoldoende pogingen gedaan om de betekening te bevorderen.
Het Hof wijst erop dat zonder bewijs van geldige betekening geen beslissing kan worden genomen en geeft appellante de gelegenheid om binnen zes weken aanvullende adresgegevens te verstrekken. Indien appellante hierin niet slaagt, zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol voor nadere uitlatingen over het griffierecht.
Uitkomst: Het Hof houdt de beslissing aan en stelt appellante in de gelegenheid om aanvullende adresgegevens te verstrekken voor geldige betekening, bij gebreke waarvan niet-ontvankelijkheid volgt.