Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht
5.Gronden
6.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een onderneming die sinds oprichting niet operationeel was, diende de winstbelastingaangifte over 2012 enkele dagen te laat in. De Inspecteur legde een verzuimboete van NAf 1.000 op wegens het derde verzuim binnen vier jaar. Belanghebbende betwistte de boete en voerde aan dat zij meerdere malen schriftelijk en via bezoeken had verzocht om als inactief geregistreerd te worden, waardoor geen aangifteplicht zou gelden.
Het Gerecht in eerste aanleg matigde de boete naar NAf 500, een beslissing die het Hof bevestigde. Het Hof oordeelde dat de boete passend moet zijn in verhouding tot de ernst van het feit en dat de omstandigheden, waaronder de niet operationele status van de onderneming en de geringe mate van te late indiening, reden geven tot matiging.
De Inspecteur stelde in hoger beroep dat te laat te laat is en verzocht om richtlijnen voor boetemaatregelen, maar het Hof wees dit af omdat individuele toetsing van de strafmaat maatwerk vereist. Het Hof vernietigde de uitspraak op bezwaar en bevestigde de matiging van de boete.
De uitspraak werd op 18 januari 2018 in het openbaar gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: De verzuimboete wegens te late indiening van de winstbelastingaangifte 2012 wordt gematigd van NAf 1.000 naar NAf 500.