Uitspraak
AQUALECTRA,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant was sinds 2005 in dienst bij Aqualectra en viel onder een CAO met een pensioenontslagbeding dat pensioen op 60 jaar voorschreef. De wettelijke pensioenleeftijd werd in 2013 verhoogd naar 65 jaar, maar Aqualectra stelde haar pensioenregeling niet tijdig bij. Appellant ging op 31 december 2016 met pensioen, conform het oude beding, en stelde later dat het ontslag nietig of kennelijk onredelijk was.
Het Hof oordeelt dat het pensioenontslagbeding een vorm van leeftijdsdiscriminatie is, maar dat dit in dit geval objectief gerechtvaardigd was tot de overgangsperiode was verstreken. Die overgangsperiode was op het moment van beëindiging van het dienstverband echter al overschreden. Desondanks concludeert het Hof dat appellant vrijwillig met pensioen is gegaan en dat het ontslag met wederzijds goedvinden is overeengekomen.
Appellant heeft zijn recht om door te werken niet tijdig uitgeoefend en heeft zijn keuze om te stoppen niet binnen een redelijke termijn herroepen. Het Hof wijst het hoger beroep af en compenseert de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag op grond van het pensioenontslagbeding wordt bevestigd.