Uitspraak
2.Geschil in hoger beroep
3.Beoordeling van het geschil
4.Beslissing
bevestigtde uitspraak op verzet.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende is geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen over de jaren 2010 tot en met 2013. Na niet-ontvankelijk verklaring van het beroep door het Gerecht, tekende belanghebbende verzet aan tegen deze uitspraak. Dit verzet werd door het Gerecht ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof. Het Hof oordeelde dat hoger beroep tegen een uitspraak op verzet mogelijk is en verklaarde het hoger beroep ontvankelijk. Het geschil betrof de vraag of het verzet terecht ongegrond was verklaard, mede vanwege de vraag of belanghebbende tijdig bezwaar had gemaakt en of hem een behoorlijke procesgang was geboden.
Het Hof overwoog dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om feiten en omstandigheden aan te voeren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, maar dit niet had gedaan. Ook was niet gebleken dat de boetebeschikkingen tijdens de comparitie aan de orde waren gesteld, maar het Hof zag af van terugwijzing vanwege een behoorlijke procesorde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op verzet is ongegrond verklaard.