ECLI:NL:OGHACMB:2020:111
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over vergoedingsplicht bij koude uitsluiting na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder huwelijksgoederengemeenschap en woonden samen in het huis van de vrouw te Curaçao. De man investeerde aanzienlijke bedragen in renovatie en herfinanciering van het huis, waarvan de vrouw profiteerde. Na echtscheiding vorderde de man vergoeding van deze investeringen.
De rechtbank kende de man de helft van de investeringen toe als vergoeding, omdat sprake was van een natuurlijke verbintenis. De vrouw ging in hoger beroep en stelde dat de man volledig had voldaan aan zijn verbintenis en dat de man bovendien van de investeringen had geprofiteerd.
Het Hof oordeelde dat de man niet volledig hoefde te worden vergoed, omdat de investeringen primair waren gedaan om de woonsituatie te verbeteren en er geen harde afspraken waren gemaakt. De vrouw profiteerde van de waardeontwikkeling van het huis, maar dit rechtvaardigde geen volledige vergoeding. Het Hof bevestigde het vonnis en compenseerde de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de vrouw de helft van de investeringen van de man moet vergoeden en wijst het hoger beroep van de vrouw af.