ECLI:NL:OGHACMB:2020:140
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- E.M. van der Bunt
- F.W.J. Meijer
- Th.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over emigratie minderjarige kinderen zonder toestemming andere ouder
In deze zaak stond de vraag centraal of [Appellante] met haar minderjarige kinderen naar Nederland mocht emigreren zonder toestemming van [Geïntimeerde]. In eerste aanleg werd een verbod opgelegd aan [Appellante] om met de kinderen te emigreren totdat hierover in een bodemprocedure was beslist. [Appellante] ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het Hof constateerde dat partijen inmiddels gezamenlijk het gezag over de kinderen hadden gekregen in een bodemprocedure, waardoor het uitreizen met de kinderen zonder toestemming van de andere ouder niet mogelijk is. Omdat [Geïntimeerde] geen toestemming geeft en niet aannemelijk is dat [Appellante] zonder toestemming zal vertrekken, is het verbod in kort geding niet meer noodzakelijk.
Het Hof oordeelde dat een ingrijpende beslissing zoals emigratie van jonge kinderen zonder toestemming van de andere ouder een volledige bodemprocedure vereist, met een belangenafweging en rapportage door de Voogdrijraad. Daarom vernietigde het Hof het vonnis van eerste aanleg en wees de vorderingen af, met volledige proceskostencompensatie.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis van eerste aanleg en wijst de vorderingen af die emigratie zonder toestemming van de andere ouder toestaan.