ECLI:NL:OGHACMB:2020:262
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na overlijden man met toedeling huis en pensioenrechten
De man en vrouw waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2012 gescheiden. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd vastgesteld met peildatum 12 september 2012. De man kreeg de kavel met woning en zijn pensioenrechten toegewezen. De vrouw vorderde een vergoeding wegens onderbedeling en een verdeling van de gemeenschap.
Tijdens het hoger beroep overleed de man, waarna de procedure op naam van zijn erfgenamen werd voortgezet. Het Hof oordeelde dat het recht op pensioenverrekening eindigt bij overlijden en dat een vordering tegen erfgenamen niet mogelijk is. Schulden die de vrouw na het verbreken van de samenleving aanging, dienen door haar zelf gedragen te worden.
De vrouw stelde dat zij recht had op de helft van de overwaarde van de woning, maar het Hof vond dat de belangen van de man en zijn erfgenamen, waaronder het feit dat hij in de woning woonde en de kosten droeg, zwaarder wegen. Het Hof stelde een billijke vergoeding van NAf 40.000,- vast en verwees de zaak naar de rol voor een akte van de erfgenamen over hun bereidheid tot betaling en toedeling van het huis.
Uitkomst: Het Hof wijst de toedeling van het huis en pensioenrechten aan de man toe, wijst de vorderingen van de vrouw grotendeels af en verwijst de zaak voor nadere akte van de erfgenamen.