Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht
5.Gronden
6.Beslissing
verklaarthet hoger beroep gegrond;
vernietigtde uitspraak van het Gerecht;
verklaarthet beroep ongegrond.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende diende de definitieve aangifte winstbelasting over 2016 pas op 6 oktober 2017 in, terwijl de wettelijke termijn op de laatste dag van de vijfde maand na afloop van het boekjaar (31 mei 2017) was verstreken. De Inspecteur legde daarom een verzuimboete van 500 Afl. op. Belanghebbende stelde dat zij niet wist dat het aangiftebiljet bij de Belastingdienst moest worden opgehaald en dat het biljet pas na de wettelijke termijn was uitgereikt.
Het Gerecht in eerste aanleg vernietigde de boetebeschikking en oordeelde dat geen boete kon worden opgelegd omdat het aangiftebiljet na de termijn was uitgereikt zonder een termijn te stellen voor indiening. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
Het Hof overweegt dat de aangifteverplichting onverkort geldt, ook indien het aangiftebiljet na de wettelijke termijn wordt uitgereikt of geen termijn wordt gesteld. De wettelijke termijn voor het indienen van de aangifte is duidelijk vastgesteld in artikel 14a, tweede lid, van de ALB. Het niet tijdig indienen rechtvaardigt de oplegging van een verzuimboete. Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerecht vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en de verzuimboete van 500 Afl. blijft in stand.