Uitspraak
PROSAPIA N.V., h.o.d.n. Job Bank,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond centraal of het ontslag van een uitzendkracht door het uitzendbureau Prosapia onrechtmatig was omdat hij langer dan de maximaal toegestane termijn van twaalf maanden bij dezelfde onderneming, Mota Engil, was ingezet. De uitzendkracht vorderde nietigheid van het ontslag, loondoorbetaling en herstel van tewerkstelling.
Het Hof bevestigde dat het uitzendbureau inderdaad in strijd met artikel 5 lid 1 van Pro de Landsverordening terbeschikkingstelling arbeidskrachten (LTA) handelde door de uitzendkracht langer dan twaalf maanden bij dezelfde werkgever te plaatsen. Dit handelen werd als onrechtmatig jegens de uitzendkracht aangemerkt.
Echter, de LTA verbindt aan deze overtreding geen civielrechtelijke sancties zoals nietigheid van het ontslag, herstel van tewerkstelling of een loondoorbetalingsverplichting. Het ontslag was rechtsgeldig op grond van de tussen partijen geldende overeenkomst, waarin Prosapia bevoegd was het dienstverband op elk moment te beëindigen. De vorderingen tot loondoorbetaling en herplaatsing werden daarom afgewezen.
Het Hof oordeelde dat, hoewel het handelen onrechtmatig was, er geen sprake was van schade die rechtvaardigt dat Prosapia tot het aangaan van een dienstverband wordt veroordeeld. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd. De verklaring voor recht over de onrechtmatigheid werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de aard van de beslissing.
Uitkomst: Het ontslag van de uitzendkracht is rechtsgeldig; onrechtmatig handelen leidt niet tot civielrechtelijke sancties zoals loondoorbetaling of herstel tewerkstelling.