ECLI:NL:OGHACMB:2021:165
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over betaling ineens bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, die op 11 februari 2010 werd ontbonden. De gemeenschap is nog niet verdeeld, en de man werd door het Gerecht veroordeeld tot betaling van NAf 71.186,86 wegens overbedeling aan de vrouw. De man kwam in hoger beroep met het verzoek om betaling in termijnen toe te staan.
Het Hof overwoog dat de wettelijke uitgangspunt is dat een schuld wegens overbedeling ineens moet worden voldaan. Hoewel de man aannemelijk maakte dat betaling ineens problematisch voor hem is, weegt het belang van de vrouw bij betaling ineens zwaarder, mede vanwege het lange tijdsverloop sinds ontbinding en haar financiële situatie. De vrouw heeft bovendien beslag gelegd op het pensioen van de man wegens achterstallige betalingen.
De vordering van de vrouw tot betaling van wettelijke rente over de bedragen werd toegewezen vanaf 1 juni 2020, de datum waarop de man de bedragen verschuldigd was. De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en wijst het verzoek tot betaling in termijnen af.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en wijst het verzoek tot betaling in termijnen af; betaling ineens blijft verplicht.