Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 12 januari 2021 uitspraak gedaan in een hoger beroepszaak betreffende verzoekers die het Nederlanderschap wensen vast te stellen.
De procedure kende een tussenfase waarin verzoekers aanvullende stukken digitaal aanleverden. Het Hof constateerde dat een van de verzoekers, woonachtig in de Dominicaanse Republiek, niet ontvankelijk is en verwees deze naar de Rechtbank Den Haag. Daarnaast werd verzoekers opgedragen om een bewijsstuk te overleggen waaruit de woonplaats van een andere verzoeker in Sint Maarten blijkt.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) achtte de aangeleverde digitale documenten onvoldoende en wenste onderzoek door het Bureau Documenten. Dit bureau gaf aan dat technisch onderzoek noodzakelijk is voor detectie van fraude, vooral bij documenten uit bepaalde landen. Het Hof wijzigde daarom een eerdere beslissing en beval dat alle originele documenten, waaronder een huwelijksakte met apostille, overgelegd moeten worden.
De zaak werd aangehouden en verwezen naar een rolzitting in april 2021. Het Hof bepaalde tevens dat de originele documenten via de griffier aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen, zodat deze aan de IND kunnen worden verstrekt voor onderzoek. Na het onderzoek krijgt de IND gelegenheid tot het nemen van een akte, waarop verzoekers kunnen reageren.