Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
in de zaak van:
[APPELLANT],
[GEINTIMEERDE],
De verdere beoordeling
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure tussen appellant en geïntimeerde over schadevergoeding na de natuurramp orkaan Gonzalo heeft het Gemeenschappelijk Hof het eerdere vonnis bevestigd. De appellant vorderde betaling van schadeposten die hij stelde te hebben geleden door de orkaan en regenval. Het Hof oordeelde dat slechts een deel van de schade, namelijk US$ 436,08 minus reeds betaalde bedragen, toewijsbaar was aan de geïntimeerde.
De appellant had onvoldoende bewijs geleverd voor de overige schadeposten en het causaal verband met de natuurramp. Het Hof wees erop dat de appellant nagelaten had tussentijdse beschadigingen tijdig te documenteren en dat vermoedens van dubbeltelling niet waren ontkracht. De geïntimeerde werd veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 november 2014.
De appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die tot op heden nihil zijn begroot. De comparitie vond plaats via videoconference waarbij de geïntimeerde niet was verschenen. Het vonnis is gewezen door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof en uitgesproken te Sint Maarten op 27 augustus 2021.
Uitkomst: De geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van US$ 436,08 plus wettelijke rente aan de appellant, overige vorderingen worden afgewezen.