De werknemer trad sinds 4 december 2006 in dienst bij Post Aruba als postbesteller. Gedurende zijn dienstverband ontving hij 57 schriftelijke waarschuwingen, voornamelijk wegens te laat komen, waarop ook looninhoudingen volgden. Na ziekmelding op 6 februari 2020 werd hij op 8 februari hersteld verklaard, maar verscheen niet op het werk. Post Aruba stelde hem daarop per direct op non-actief vanwege zijn optreden als muzikant op 7 februari.
Post Aruba verzocht op grond van artikel 7A:1615w BWA ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden, waarbij het Gerecht in eerste aanleg het verzoek toewijst vanwege het structureel te laat komen en ongeoorloofd gedrag van de werknemer. Het Gerecht wees een ontbindingsvergoeding af.
De werknemer stelde in hoger beroep dat het Gerecht onjuist had geoordeeld en dat het beroep op artikel 7A:1615w BWA onterecht was, omdat het verzoek was gebaseerd op andere feiten dan waarop het vonnis was gegrond. Het Hof oordeelde dat dit geen doorbrekingsgrond vormt voor het appelverbod en dat het Gerecht terecht het verzoek tot ontbinding heeft toegewezen. Het hoger beroep werd verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.