ECLI:NL:OGHACMB:2021:435
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep ontslagzaak wegens appelverbod en ontbreken doorbrekingsgrond
Appellant was sinds 1983 in dienst van Setar en werd in 2010 op non-actief gesteld met behoud van salaris, waarna hij niet meer werkte. Setar verzocht in 2020 ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewijzigde omstandigheden. Het Gerecht in eerste aanleg wees dit verzoek toe en kende appellant een billijke vergoeding toe.
Appellant ging in hoger beroep en voerde vier grieven aan, waaronder een doorbrekingsgrond tegen het appelverbod van art. 7A:1615w lid 8 BWA, stellende dat zijn recht op hoor en wederhoor was geschonden doordat hij niet was opgeroepen voor een nieuwe zitting na zijn afwezigheid. Hij beriep zich op een beroepsfout van zijn toenmalige gemachtigde.
Het Hof oordeelde dat appellant voldoende was opgeroepen en zijn afwezigheid betekende afstand van het recht op wederhoor. De vermeende beroepsfout viel onder zijn eigen risicosfeer. Er was geen sprake van een aanhoudingsverzoek of schending van artikel 6 EVRM Pro. De overige klachten betroffen inhoudelijke bezwaren tegen de toepassing van art. 7A:1615w BWA en konden geen doorbrekingsgrond vormen.
Daarom faalde het beroep op de doorbrekingsgrond en strandde het hoger beroep op het appelverbod. Het Hof wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens het appelverbod van art. 7A:1615w lid 8 BWA en het ontbreken van een doorbrekingsgrond.