ECLI:NL:OGHACMB:2021:442
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kinderalimentatiebeslissing na echtscheiding en draagkrachtbeoordeling
In deze zaak stond de hoogte van de kinderalimentatie ter discussie na de echtscheiding van partijen die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. De man was veroordeeld tot betaling van NAf 423 per maand aan kinderalimentatie. Hij ging in hoger beroep met het verzoek dit bedrag te verlagen naar NAf 200 per maand, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met de draagkracht van de vrouw en zijn werkelijke lasten.
Het Hof oordeelde dat de behoefte van het kind forfaitair op NAf 525 werd vastgesteld op basis van het gezamenlijke netto besteedbare inkomen van de ouders tijdens het huwelijk. De draagkracht van de man werd vastgesteld op NAf 423 per maand, rekening houdend met forfaitaire kosten van levensonderhoud en werkelijke lasten zoals een lening en woonlasten. De draagkracht van de vrouw werd nihil geacht vanwege haar beperkte verdiencapaciteit en woonlasten.
De man had niet aannemelijk gemaakt dat de vrouw inkomen uit arbeid had, en zijn klacht over onvoldoende inachtneming van zijn lasten werd verworpen. De vrouw woonde niet meer bij de man en verzorgde het kind. Het Hof bevestigde de eerdere beschikking en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt. De man moet dus de kinderalimentatie van NAf 423 per maand blijven betalen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de beschikking en houdt de man gehouden tot betaling van NAf 423 per maand kinderalimentatie.