Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
[APPELLANTE],
[GEÏNTIMEERDE],
- [Kind 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te Curaçao;
- [Kind 2,] geboren op [geboortedatum] 2016 te Curaçao,
.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze familierechtelijke procedure heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao waarin de vader werd veroordeeld tot het betalen van NAf 175,- per kind per maand aan kinderalimentatie.
De minderjarige kinderen wonen bij de moeder die het eenhoofdig gezag heeft. De vader had aanvankelijk geen omgang, maar er is een omgangsregeling vastgesteld die redelijk functioneert. De moeder vordert een verhoging van de alimentatie naar NAf 400,- per kind vanwege de vermeende hogere draagkracht van de vader.
Het Hof heeft vastgesteld dat de vader samenwoont met een nieuwe partner die haar eigen inkomen en woonlasten heeft, waardoor de vader geen woonlasten draagt. Hierdoor is de draagkracht van de vader hoger dan eerder aangenomen. De nieuwe schuld die de vader noemde is onvoldoende onderbouwd om als last te worden meegenomen.
Daarom verhoogt het Hof de kinderalimentatie naar NAf 275,- per kind per maand, rekening houdend met de bijdrage van de vader in kledingkosten. De omgangsregeling blijft ongewijzigd en de Voogdijraad blijft belast met het innen en doorbetalen van de alimentatie. De moeder wordt toegelaten tot kosteloos procederen in hoger beroep.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verhoogd naar NAf 275,- per kind per maand, ingaande 1 oktober 2021.