Uitspraak
NTIMEERDE],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, de oudste kleinzoon van de overledene, kwam in hoger beroep tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten die het verzoek afwees om een onderhandse akte van 29 september 2001 als uiterste wil te erkennen en de nalatenschap conform die akte te verdelen.
Het Hof constateerde dat het beroepschrift tijdig was ingediend en dat het griffierecht niet tijdig was getaxeerd, waardoor het te laat betalen van het vast recht niet tot verval van het hoger beroep leidt. Hierdoor is het hoger beroep ontvankelijk.
Het Hof verwees de zaak naar een nader te bepalen datum voor mondelinge behandeling en beval dat de belanghebbenden worden opgeroepen. Tevens werd appellant opgedragen recente uittreksels uit de basisadministratie te overleggen. De inhoudelijke beoordeling van de geldigheid van de onderhandse akte en de verdeling van de nalatenschap wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk verklaard en de zaak is verwezen voor verdere behandeling met oproeping van belanghebbenden.