ECLI:NL:OGHACMB:2021:79
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.M. van der Bunt
- M.W. Scholte
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis bodemrecht en uitleg reëel eigendom derde bij belastingbeslag
De Ontvanger van het Land Curaçao is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg dat het bodembeslag op antieke zaken en keukenspullen, gelegen bij het Primas Restaurant, heeft opgeheven. Het geschil betreft de uitleg van het fiscale bodemrecht en de vraag of deze zaken als reëel eigendom van de derde [Geïntimeerde] kunnen worden aangemerkt.
Het Hof overweegt dat onder reëel eigendom wordt verstaan dat de zaken juridisch en economisch aan een derde toebehoren. Het enkele gebruik van de zaken door de belastingschuldige vennootschap Zschuschen, zonder dat het economische risico bij deze vennootschap ligt, is onvoldoende om deze als eigendom van de belastingschuldige aan te merken. De Ontvanger slaagt er niet in te bewijzen dat een van de uitzonderingssituaties uit de Leidraad Invordering 2008 van toepassing is.
Daarom bevestigt het Hof het bestreden vonnis en veroordeelt de Ontvanger in de kosten van het hoger beroep. De zaak benadrukt het terughoudende beleid bij het leggen van bodemrechtbeslag op zaken die reëel eigendom zijn van derden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat het bodembeslag op de zaken moet worden opgeheven omdat deze reëel eigendom zijn van een derde.