ECLI:NL:OGHACMB:2021:93
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en afwijzing vordering borg wegens verjaring
In deze zaak ging het om een kredietovereenkomst tussen Korpodeko en QCS Realty N.V., waarbij [Appellant 2] zich borg had gesteld voor de verplichtingen van QCS. Na wanbetaling en executie van het appartementencomplex ontstond een geschil over de vordering tot betaling door QCS en de borg.
Het hof oordeelde dat de vordering op de borg, ondanks het afhankelijk karakter van het recht jegens de borg, een zelfstandige verjaringstermijn van vijf jaar kent die is verstreken. De stuitingshandelingen die door QCS en de borg waren aangevoerd, werden niet als voldoende erkend om de verjaring te onderbreken.
De grief over samengestelde rente werd verworpen omdat deze was overeengekomen in de algemene voorwaarden. Andere grieven over traagheid bij executie en administratie faalden wegens onvoldoende onderbouwing of bewijs.
Het hof vernietigde het vonnis van eerste aanleg, wees de vordering op de borg af wegens verjaring, bevestigde de vordering op QCS en compenseerde de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering op de borg is verjaard en wordt afgewezen, terwijl de vordering op de hoofdschuldenaar wordt bevestigd.