Uitspraak
Uitspraak
1.Procesverloop
.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende is eigenaar van een woning op erfpachtgrond te Curaçao en betwist de vastgestelde waarde van de onroerende zaak voor de OZB 2019. Na bezwaar en beroep bij het Gerecht in eerste aanleg is de waarde vastgesteld op NAf 175.000 in goede justitie, omdat noch de Inspecteur noch belanghebbende hun stellingen konden bewijzen.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat het Gerecht onzorgvuldig heeft gehandeld, onder meer door het niet opnemen van een zaaknummer en het niet toelaten van heropening. Het Hof oordeelde dat deze bezwaren niet tot schending van procesrechten hebben geleid en dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor haar lagere waarde van NAf 90.000.
Het Hof benadrukte dat in hoger beroep de bewijslast bij belanghebbende ligt om de door haar verdedigde waarde aannemelijk te maken, wat niet is gelukt. De vaststelling van de waarde in goede justitie door het Gerecht is terecht en voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op NAf 175.000.