Uitspraak
Inleiding
Aangevallen uitspraak
Hoger beroep
Het voorgaande leidt in deze zaak tot het volgende. [verzoeker] klaagde in beroep dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Zoals het Gerecht terecht heeft overwogen doet zich geen situatie voor als bedoeld in artikel 17, vierde lid, onder a en b, van de Lar. DBSB mocht dus niet op grond van artikel 20, eerste lid, van de Lar op het bezwaarschrift van [verzoeker] beschikken zonder advies van de BAC. Niet gebleken is dat DBSB alvorens op het bezwaarschrift te beschikken er zorg voor heeft gedragen dat [verzoeker] alsnog door de BAC werd gehoord, terwijl evenmin is gebleken dat DBSB zich op andere wijze heeft ingespannen om zich van de voor het nemen van de beschikking op bezwaar benodigde informatie te voorzien. Het aanbod daartoe was immers in de primaire beschikking van 23 december 2021 opgenomen en het aanbod van 30 september 2022 was gedaan ten tijde van het beroep tegen de beschikking op bezwaar. Gelet hierop heeft het Gerecht de bestreden beschikking terecht vernietigd. Het betoog slaagt niet.
bevestigtde aangevallen uitspraak;
veroordeelthet Hoofd van de Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van Afl. 1.400,-, geheel toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand.