Uitspraak
Sint Maarten,
1.Procesverloop
2.Feiten
2.2 Omschrijving bedrijf
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een handelsonderneming in cosmetica en elektronica, kreeg naheffingsaanslagen BBO opgelegd over 2012-2014 met vergrijpboeten wegens het niet voldoen aan administratie- en bewaarplichten. Na boekenonderzoek bleek dat de kasadministratie ernstig gebrekkig was, met onvolledige omzetregistratie, vooral op zondagen, en afwijkingen in brutowinstmarges.
Het Gerecht verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en handhaafde de aanslagen en boetes. In hoger beroep werd betwist dat de bewijslast terecht was omgekeerd en dat de correcties willekeurig waren. Het Hof oordeelde dat de administratieplicht niet was nageleefd, wat rechtvaardigt dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. De door de Inspecteur gehanteerde omzetcorrecties op basis van brutowinstmarges waren niet onredelijk.
Belanghebbende leverde onvoldoende tegenbewijs, ook een rapport over brutowinstpercentages was niet representatief. Het Hof bevestigde dat sprake was van (voorwaardelijke) opzet, waardoor de vergrijpboeten terecht zijn opgelegd. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn werden de boetes gematigd tot 32% van de verschuldigde belasting. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerecht vernietigd, boetes verminderd en proceskosten toegekend aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, naheffingsaanslagen bevestigd, vergrijpboeten verminderd en proceskosten toegekend.