Uitspraak
Sint Maarten,
1.Procesverloop
2.Feiten
Bezwaar voor heffing Belastingen op Bedrijfsomzetten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, exploitant van een handelsonderneming in cosmetica en elektronica, kreeg naheffingsaanslagen BBO opgelegd over 2013 en 2014, inclusief vergrijpboeten wegens grove schuld. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep ontvankelijk maar wees de bezwaren tegen de aanslagen en boeten af.
In hoger beroep werd betwist dat de bewijslast terecht was omgekeerd en verzwaard, en dat de Inspecteur de brutowinstmarges correct had vastgesteld. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan haar administratie- en bewaarplichten, waardoor omkering van de bewijslast gerechtvaardigd was. De Inspecteur had de omzetcorrecties op redelijke wijze geschat.
Het Hof vond dat belanghebbende onvoldoende tegenbewijs had geleverd en bevestigde de naheffingsaanslagen. Wel matigde het Hof de vergrijpboeten van 25% naar 16% vanwege de wijze van vaststelling en overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen BBO worden bevestigd, maar de vergrijpboeten worden gematigd naar 16% van de belastinggrondslag.