Uitspraak
Sint Maarten,
1.Procesverloop
2.Feiten
95,370
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
;
12 juni 2025aan partijen verzonden.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, exploitant van een handelsonderneming in cosmetica en elektronica, kreeg naheffingsaanslagen BBO opgelegd over 2013 en 2014 met vergrijpboeten wegens het niet voldoen aan administratie- en bewaarplichten. Het Gerecht verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond, maar liet de aanslagen en boeten in stand.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de omkering van de bewijslast en de juistheid van de door de Inspecteur gemaakte correcties, onderbouwd met een rapport van een advieskantoor. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de administratieplicht, met name het ontbreken van een sluitende kasadministratie, waardoor de bewijslast terecht werd omgekeerd en verzwaard. De schatting van de Inspecteur over de niet verantwoordde omzet op zondagen werd als redelijk beoordeeld.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende bewust onjuiste aangiften heeft gedaan (voorwaardelijke opzet) en matigde de vergrijpboeten van 50% naar 32% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerecht vernietigd voor zover het boeten betreft, en de proceskosten en griffierecht werden toegerekend aan de Inspecteur.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de boeten worden verminderd en de naheffingsaanslagen BBO bevestigd.