Uitspraak
Het betoog in hoger beroep
Beoordeling
Toetsingskader artikel 3 van Pro het EVRM
Bespreking van de gronden van het hoger beroep
Daarbij heeft de minister onder andere van belang geacht dat de Venezolaanse zaak blijkens de overgelegde documenten niet is behandeld bij een militaire rechtbank terwijl dat in zaken over desertie wel gebruikelijk is, dat het bevel tot voorlopige hechtenis is gericht aan de reguliere politie en niet aan de militaire politie, dat een bevel gedagtekend is op zaterdag terwijl het bevoegde gezag volgens openbaar toegankelijke informatie op die dag geen kantoor houdt, dat het lettertype op de verschillende pagina’s van elkaar afwijkt en dat er tekstuele fouten in staan. Ook wijst hij erop dat de vermelding dat appellant 1 zeven jaar in dienst was, afwijkt van zijn eigen verklaring dat hij acht jaar in dienst was, dat de in het arrestatiebevel genoemde verantwoordelijke minister al enkele maanden voor het uitvaardigen daarvan is afgetreden en dat appellanten verschillend hebben verklaard over de wijze waarop appellant 1 kennisnam van het arrestatiebevel. Gelet op het vorenstaande heeft de minister alle relevante omstandigheden in samenhang bezien. Het was vervolgens aan appellanten om een goede verklaring te geven voor de vastgestelde inconsistenties, maar dat hebben zij niet gedaan.