Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGHACMB:2026:166

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
CUR2026H00123
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 76 LarArt. 79 lid 4 LarArt. 80 Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen vereenvoudigde behandeling wegens te laat ingesteld hoger beroep ongegrond verklaard

Opposante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg, maar deed dit één dag na het verstrijken van de wettelijke termijn. De voorzitter van het Hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en besloot de zaak vereenvoudigd te behandelen zonder zitting.

Opposante deed verzet tegen deze beslissing, stellende dat zij door het niet tijdig reageren van haar psycholoog en huisarts niet in staat was het hogerberoepschrift tijdig in te dienen. Zij voerde aan dat de Sociale Verzekeringsbank aansprakelijk zou zijn voor het tekortschieten van de artsen.

Het Hof oordeelde dat het verzet zich uitsluitend richt op de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was toegepast. Het ontbreken van bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen, en het feit dat opposante geen tijdige reden voor de overschrijding gaf, leidde tot de conclusie dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en hoefde de SVB geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen in bestuursrechtelijke procedures en de beperkte ruimte voor verzet tegen vereenvoudigde behandelingen.

Uitkomst: Het verzet tegen de vereenvoudigde behandeling wegens te laat ingesteld hoger beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

CUR2026H00123
Datum uitspraak: 24 juni 2026
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het verzet (artikel 79, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 80, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar) van:
[naam opposante],
opposante,
tegen de uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Curaçao, van 15 april 2026 in zaak nr. CUR2026H00021, in het geding tussen:
opposante
en
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)

Procesverloop

Bij uitspraak van 15 april 2026 (ECLI:NL:OGHACMB:2026:69) heeft de voorzitter van het Hof het door opposante tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 10 december 2025 (ECLI:NL:OGEAC:2025:292) ingestelde hoger beroep met toepassing van artikel 79, vierde lid, van de Lar niet-ontvankelijk verklaard.
Daartegen heeft opposante op 24 april 2026 verzet gedaan.
Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten omdat opposante daar niet om heeft gevraagd (artikel 80, tweede lid, van de Lar).

Overwegingen

De voorzitter van het Hof heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hij heeft overwogen dat opposante één dag na het verstrijken van de termijn uit artikel 76 van Pro de Lar hoger beroep heeft ingesteld en dat zij niet heeft gereageerd op het verzoek om binnen vier weken een reden te geven voor de termijnoverschrijding. De laatste dag waarop tijdig hoger beroep kon worden ingesteld was 4 maart 2026.
Het verzet, bedoeld in artikel 80 van Pro de Lar, ziet uitsluitend op de vraag of de voorzitter ten onrechte is overgegaan tot vereenvoudigde behandeling van de zaak, dat wil zeggen zonder de betrokkene op een zitting te horen, in dit geval wegens de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Opposante betoogt in verzet dat zij enkele keren haar psycholoog heeft verzocht om een rapport op te stellen, maar dat deze niet heeft gereageerd. Ook haar huisarts heeft niet tijdig een verklaring opgesteld, terwijl zij daar wel al ruim voor het verlopen van de hogerberoepstermijn om had verzocht. Opposante betoogt dat dit handelen van de psycholoog en de huisarts niet aan haar kan worden toegerekend. De SVB is aansprakelijk voor het tekortschieten van de artsen bij de verplichting tot het bijhouden van haar ziektedossier, aldus opposante.
Opposante heeft ook in verzet geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij haar hogerberoepschrift niet binnen de termijn kon indienen. Dat haar psycholoog niet heeft gereageerd op haar verzoek om een rapport en haar huisarts geen verklaring heeft opgesteld, levert een dergelijke bijzondere omstandigheid niet op. Daarbij komt, dat niet valt in te zien waarom zij één dag na het verstrijken van de termijn wel een hogerberoepschrift kon indienen. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar.
Het verzet is ongegrond. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. M. Soffers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Buntjer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026.