Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
.
.Toepassing daarvan op het hier voorliggende geval leidt tot het volgende.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Centrale Bank van Aruba (CBA) legde aan PGM Condobuilders N.V. een bestuurlijke boete op wegens het te laat melden van drie transacties volgens artikel 26, eerste lid, van de Landsverordening voorkoming en bestrijding witwassen en terrorismefinanciering (Lwtf). Na bezwaar en beroep stelde het Gerecht in eerste aanleg de boete vast op Afl. 100.000,-, lager dan het oorspronkelijke bedrag van Afl. 200.000,- opgelegd door CBA.
CBA ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof onderzocht de representativiteit van de steekproef van transacties, de toepassing van het boeteberekeningskader uit de Leidraad en de motivering van de boetehoogte. Het Hof oordeelde dat de steekproef representatief was en dat CBA terecht een verhoging van 25% toepaste, maar matigde deze naar 12,5% vanwege het beperkte aantal te late meldingen.
Het Hof bevestigde dat de factoren benadeling van derden, marktverstoring en financieel voordeel alleen tot verhoging kunnen leiden en niet tot verlaging van de boete. De objectieve draagkracht van PGM en de passendheidstoets leidden tot een verlaging van het boetebedrag. Uiteindelijk stelde het Hof de boete vast op Afl. 180.000,- en vernietigde het de eerdere uitspraak voor zover deze een lagere boete bepaalde.
Uitkomst: Het Hof stelt de bestuurlijke boete vast op Afl. 180.000,- en vernietigt de eerdere lagere boetebepaling.