ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ8125
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betwisting creditering cheque en zorgplicht bank in internationaal handelsverkeer
Efronix bood een cheque van US$ 48.000 aan bij MCB, die het bedrag aanvankelijk crediteerde maar later terugboekte wegens gebrek aan dekking. MCB beriep zich op artikel 17 van Pro haar algemene voorwaarden, dat creditering onder voorbehoud stelt van ontvangst van tegenwaarde. Efronix stelde dat zij mocht aannemen dat de cheque was gecleared en dat MCB onredelijk handelde.
Het Hof oordeelde dat het beding in artikel 17 AV Pro niet onredelijk bezwarend is en dat het risico van non-betaling in het internationale handelsverkeer normaal is voor de leverancier. Efronix slaagde er niet in de stellingen dat MCB uitlatingen deed waaruit zij mocht afleiden dat de cheque was gecleared te bewijzen. Ook het beroep op schending van de zorgplicht faalde, hoewel het Hof Efronix in de gelegenheid stelde alsnog bewijs te leveren.
Het Hof verwierp het beroep op dwaling omdat de daaraan ten grondslag liggende uitlatingen niet bewezen waren. De zaak werd aangehouden om Efronix de mogelijkheid te geven bewijs te leveren van schade door schending van de zorgplicht, waarna MCB kan reageren. De vordering van MCB tot betaling werd nog niet toegewezen omdat de debitering al had plaatsgevonden en verdere bewijslevering nodig is.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het beroep van de bank op artikel 17 AV, wijst het beroep van Efronix af en houdt de zaak aan voor bewijslevering over schending zorgplicht en schade.