ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK1211

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
16 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SRKG-8
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 SvArt. 44 Landsbesluit gevangeniswezenArt. 75 Landsbesluit gevangeniswezenArt. 76 Landsbesluit gevangeniswezenArt. 22 Beginselenverordening gevangeniswezen
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot intrekking disciplinaire straf opgelegd door Directeur KIA Aruba

Verzoeker, gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba (KIA), kreeg een disciplinaire straf van 28 dagen strafcel opgelegd door de Directeur van het KIA wegens overtreding van het huishoudelijk reglement. Verzoeker vroeg het Hof op grond van artikel 43 Sv Pro om deze straf met onmiddellijke ingang in te trekken of de uitvoering ervan te staken.

Het Hof overwoog dat de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de tenuitvoerlegging van strafvorderlijke beslissingen beperkt zijn tot rechterlijke beslissingen. De disciplinaire straf opgelegd door de Directeur is geen rechterlijke beslissing en valt daarom niet onder de strafrechtsbedeling zoals bedoeld in artikel 43 Sv Pro.

Daarom is het verzoek van verzoeker niet ontvankelijk verklaard. Het Hof benadrukte dat de toetsing van disciplinaire straffen binnen het KIA is voorbehouden aan de Commissie van Toezicht strafgevangenis en Huis van Bewaring, en dat het Wetboek van Strafvordering geen voorziening biedt voor voorlopige maatregelen tegen dergelijke disciplinaire straffen.

Het vonnis werd gewezen in raadkamer op 16 oktober 2009 door de genoemde rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot intrekking van de disciplinaire straf opgelegd door de Directeur van het KIA.

Uitspraak

Zaaknummer: SRKG-8 van 2009 Beschikking van 16 oktober 2009
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
B E S C H I K K I N G
op het verzoek ex artikel 43 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[VERZOEKER],
wonende in Aruba,
thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba,
hierna te noemen: verzoeker,
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
tegen:
HET LAND ARUBA.
1. De procedure
1.1 Namens verzoeker is op 9 oktober 2009 per fax (en op 12 oktober 2009 in origineel) een verzoek ex artikel 43 Sv Pro ter griffie van dit Hof ingediend, dat er –samengevat– toe strekt dat het Hof het Land Aruba (verder te noemen: het Land) gebiedt de aan verzoeker opgelegde straf/maatregel met onmiddellijke ingang in te trekken, dan wel dat het Hof het Land gebiedt de verdere uitvoering van de straf/maatregel onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, dan wel dat het Hof iedere andere te vermenen voorziening in goede justitie treft.
1.2 Het verzoek is behandeld in raadkamer van woensdag, 14 oktober 2009, alwaar verzoeker, zijn gemachtigde en de (fgd) procureur-generaal mr. T.H.W. Stein zijn gehoord.
1.3 De gemachtigde van verzoeker heeft in raadkamer het verzoek gewijzigd in dier voege, dat het Hof wordt verzocht om, in afwachting van een uitspraak van de Commissie van Toezicht van het Korrektie Instituut Aruba (KIA), het Land te verbieden de aan verzoeker opgelegde disciplinaire straf uit te voeren en deze per onmiddellijk te staken en gestaakt te houden.
De gemachtigde van verzoeker heeft tijdens de behandeling in raadkamer het verzoek wederom gewijzigd, in die zin dat achter de eerder gewijzigde vordering de zinsnede “onder de voorwaarde dat verzoeker binnen een door het Hof te bepalen termijn een klacht ter zake van de onderhavige kwestie indient bij de Commissie van Toezicht” wordt toegevoegd.
1.4 De beschikking is bepaald op heden.
2. De feiten
2.1 Verzoeker is bij vonnis van dit Hof van 10 december 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren en vijftig (50) weken. Verzoeker heeft tegen dit vonnis cassatie ingesteld. Dit vonnis is nog niet onherroepelijk.
2.2 Verzoeker is gedetineerd op grond van voormeld vonnis en ondergaat de detentie op afdeling F in het KIA. Op 5 oktober 2009 is ter handhaving van de orde en veiligheid in het cellencomplex van deze afdeling een doorzoeking verricht, waarbij een aantal voorwerpen werden gevonden waarvan volgens de penitentaire autoriteiten het bezit, conform de huis-houdelijke reglementen van het KIA, niet is toegestaan.
2.3 Verzoeker is door de penitentiaire autoriteiten met betrekking tot deze bevindingen gehoord. Vervolgens is aan verzoeker mondeling mededeling gedaan dat aan hem een disciplinaire straf wordt opgelegd wegens het overtreden van het huishoudelijk reglement. Verzoeker heeft met ingang van 6 oktober 2009 28 dagen strafcel opgelegd gekregen.
Die straf wordt thans ten uitvoer gelegd.
2.4 Verzoeker heeft de schriftelijke vastlegging van de aan hem mondeling meegedeelde disciplinaire straf op 9 oktober 2009 van de penitentiaire autoriteiten ontvangen.
3. De beoordeling
3.1 Het Hof is ingevolge het derde lid van artikel 43 Sv Pro bevoegd kennis te nemen van het onderhavige verzoek, aangezien de strafzaak van verzoeker, op grond waarvan hij thans gedetineerd is, het laatst bij het Hof aanhangig is geweest.
3.2 Met betrekking tot de ontvankelijkheid van verzoeker overweegt het Hof als volgt.
Blijkens artikel 43 Sv Pro kan in alle gevallen, waarin het belang van een goede strafrechts-bedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en het wetboek zelf daaromtrent geen regeling bevat, een verzoek om zodanige voorziening worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft. Dit houdt in dat verzoeker in zijn verzoek kan worden ontvangen indien het aan het oordeel van het Hof voor te leggen geval aan twee cumulatieve voorwaarden voldoet. Ten eerste dient het Wetboek van Strafvordering geen regeling omtrent het geval te bevatten; op de tweede plaats moet het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maken. Daarnaast geeft de memorie van toelichting op dit artikel aan dat de stadia “van opsporing tot en met executie” tot de “strafrechtsbedeling” worden gerekend. Met executie wordt hier bedoeld de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslis-singen op last van het Openbaar Ministerie op de voet van artikel 605 Sv Pro.
3.3 In het onderhavige geval heeft verzoeker een disciplinaire straf opgelegd gekregen door de Directeur van het KIA (hierna: de Directeur) omdat hij volgens de Directeur heeft gehandeld in strijd met het door hem op grond van artikel 44 van Pro het Landsbesluit gevangeniswezen vastgestelde huishoudelijk reglement voor het KIA. Krachtens het eerste lid van artikel 75 in Pro verbinding met het eerste lid van artikel 76 van Pro het Landsbesluit gevangeniswezen is de Directeur bevoegd tot het opleggen van bedoelde straf. Die artikelen gelden ter uitvoering van artikel 22 van Pro de Beginselenverordening gevangenis-wezen. Uit dezelfde wetgeving volgt dat verder alleen de minister van Justitie bevoegd is tot oplegging van disciplinaire straffen binnen het KIA. De bevoegdheid tot toetsing van de beslissing van de Directeur is op grond van artikel 4 van Pro de Landsverordening Commissie van Toezicht strafgevangenis en Huis van Bewaring in verbinding met artikel 20 van Pro de Landsverordening penitentiaire beginselen –op de werking waarvan het Hof anticipeert– toegekend aan de gelijk geheten commissie.
3.4 Ter zake van de verzochte voorziening in afwachting van de uitslag van voormelde toetsing kent het Wetboek van Strafvordering geen regeling. De thans te beantwoorden vraag is of de tenuitvoerlegging van de aan verzoeker opgelegde disciplinaire straf binnen het bereik valt van de hiervoor onder 3.2 geschetste reikwijdte van de strafrechtsbedeling. Naar het oordeel van het Hof moet die vraag ontkennend worden beantwoord. Krachtens voormeld artikel 605 Sv Pro is de bevoegdheid van het Openbaar Ministerie ten aanzien van tenuitvoerlegging of executie van beslissingen in strafvorderlijke zin beperkt tot rechterlijke beslissingen. De beslissing van de Directeur tot het opleggen van de disciplinaire straf is geen rechterlijke beslissing. De tenuitvoerlegging of executie daarvan valt daarom niet onder de bevoegdheden van het Openbaar Ministerie, derhalve niet onder de reikwijdte van de in artikel 43 Sv Pro bedoelde strafrechtsbedeling. Dat brengt naar het oordeel van het Hof mee dat de verzochte voorziening buiten het bereik van artikel 43 Sv Pro valt.
3.5 Vorenstaande betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.
4. De beslissing
Het Hof:
Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek .
Aldus gegeven in raadkamer op 16 oktober 2009 door mrs. A.H.M. van de Leur, H.E. de Boer en C.F. Mewe, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, in aanwezigheid van de griffier.