Uitspraak
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
Juni
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Belanghebbende kreeg tien naheffingsaanslagen opgelegd voor de belasting op bedrijfsomzetten (BBO) over de periode maart tot en met december van een bepaald jaar. Tegen deze aanslagen werd tijdig bezwaar gemaakt, waarna de Inspecteur enkele aanslagen gedeeltelijk verminderde. Belanghebbende ging in beroep tegen de uitspraken van de Inspecteur.
De Raad oordeelde dat het beroep voor de maanden april tot en met december niet ontvankelijk was wegens overschrijding van de beroepstermijn, terwijl het beroep voor maart wel ontvankelijk was. Tevens werd vastgesteld dat de LBBO rechtsgeldig tot stand is gekomen en verbindend is, ondanks klachten over de totstandkomingsprocedure.
Belanghebbende kon geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan uitlatingen van de landsadvocaat, en de toegepaste wisselkoers van Afl. 1,79 per dollar was correct. Verder werd geoordeeld dat de heffing van BBO niet in strijd is met het Vriendschapsverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten, noch met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Uiteindelijk verklaarde de Raad het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslagen voor het tijdvak maart.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.