Uitspraak
1.FEITEN EN PROCESVERLOOP
2.GESCHIL
3.OVERWEGINGEN
Vooraf 1: prejudiciële vragen
voor zover deze ziet op de vóór 1 januari 2019 geldende wetgeving. [9]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende kreeg op 31 mei 2019 een aanslag grondbelasting opgelegd met toepassing van een hoger tarief dat per 1 januari 2019 wettelijk is ingevoerd. De Landsverordening grondbelasting bepaalt dat aanslagen voor een periode van vijf jaar worden vastgesteld en dat de aanslag voor 2019 geacht wordt vóór 1 januari 2017 te zijn vastgesteld. Belanghebbende betwist dat de aanslag met het hogere tarief kan worden opgelegd.
Het Gerecht stelt drie prejudiciële vragen aan de Hoge Raad: of de aanslag van 2019 een tweede aanslag is, of navordering mogelijk is gezien de wetswijziging, en of de tariefsverhoging op stelselniveau in strijd is met het eigendomsrecht uit het EVRM en de Staatsregeling van Aruba. Beide partijen erkennen dat de aanslag feitelijk pas in 2019 is opgelegd, maar het Gerecht volgt de wettelijke systematiek dat deze geacht wordt eerder vastgesteld te zijn.
De Inspecteur stelt dat de wetswijziging een nieuw feit vormt dat navordering rechtvaardigt, terwijl belanghebbende dit betwist en wijst op het rechtszekerheidsbeginsel. Het Gerecht neigt ertoe dat wetswijzigingen niet als nieuw feit gelden en dat navordering daarom niet mogelijk is. Ten aanzien van het eigendomsrecht concludeert het Gerecht dat de tariefsverhoging binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en geen onaanvaardbare inbreuk vormt.
De zaak is aangehouden in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen door de Hoge Raad. De uitspraak is gegeven door rechter M.M. de Werd op 4 februari 2022 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het Gerecht legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad en houdt de zaak aan in afwachting van de beantwoording.