ECLI:NL:PHR:1979:AC6624
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige publicatie en verwerking van recht
In deze zaak stond de toewijsbaarheid van een vordering tot schadevergoeding centraal, voortvloeiend uit een onrechtmatige publicatie door eiseres in een dagblad. De eiseres betwistte dat de verweerder schade had geleden en voerde aan dat andere persartikelen dezelfde strekking hadden, waardoor onduidelijk bleef waarom juist deze publicatie schade zou veroorzaken.
Het hof had vastgesteld dat de berichten onwaar waren en geschikt om het publiek afkerig te maken van de verweerder, wat aannemelijk maakte dat schade was geleden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom de vordering tot vergoeding van schade toewijsbaar was, ook al was niet ingegaan op de betwistingen van eiseres over de omvang van de schade.
Verder werd het beroep van eiseres op prijsgave of verwerking van het recht op schadevergoeding door het hof behandeld. De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht had geoordeeld dat het wederwoord niet het onrechtmatige karakter van de publicatie wegnam en dat er geen stilzwijgende afstand van rechten was genomen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van eiseres tot vergoeding van de schade die door de onrechtmatige publicatie was veroorzaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige publicatie.