Conclusie
onderdeel I van het cassatiemiddel in zijn drie subonderdelentevergeefs tegen deze beschikking van het Hof is voorgesteld.
subonderdeel awordt gesteld, heeft het Hof in zijn overwegingen allerlei gegevens betrokken, die voor de bepaling van de financiële positie van de vader, met name ook sedert zijn huidige huwelijk, van belang zijn. Het Hof besluit deze overwegingen met de feitelijke gevolgtrekking ‘’dat onder voormelde omstandigheden ... de vader zowel vóór het huwelijk op 19 januari 1979 als ook daarna in staat was de verschuldigde bijdrage voor het kind te betalen’’.
onderdeel II van het cassatiemiddel.
anders: Coops-Westerouen van Meeteren en Reinhold (1966), p. 365, die oordelen dat in alimentatiezaken geen voorafgaande procedure tot het verkrijgen van gratis admissie nodig is. Op het incidentele appel van de moeder beschikte het Hof immers wel (en toewijzend) op het op overeenkomstige wijze gedane verzoek tot toelating tot de kosteloze procedure. Bovendien zou ook in dit geval geen weerslag in de beschikking hebben mogen ontbreken, waarin het Hof dit oordeel zou uitspreken.
onderdeel IIomtrent het ontbreken van een beslissing aangaande het al dan niet kosteloos procederen met betrekking tot het verweerschrift in het incidentele appel wordt geklaagd, zal deze klacht reeds wegens het ontbreken van belang niet-ontvankelijk zijn.
Het onderdeel II van het cassatiemiddelis derhalve ook overigens niet-ontvankelijk. De daarin wellicht nog vervatte motiveringsklacht loopt vast op art. 871 Rv Pro. Uw raad zal kunnen volstaan met de vaststelling dat elke beschikking op het verzoek van de vader in het principale appel tot de kosteloze procedure toegelaten te worden ontbreekt en dat op dat verzoek mitsdien nog zal moeten worden beslist.