Conclusie
De feiten.
Het bestreden vonnis.
Het beroep in cassatie.
Behandeling van het principale beroep in cassatie.
Belastingen op inkomens en winsten, waaronder vallen o.m.: inkomstenbelasting, loonbelasting (voorheffing op de inkomstenbelasting), winstbelasting, dividendbelasting. 2.
Belastingen, geheven op en in geld-, goederen-, diensten- en rechtsverkeer. Hieronder vallen o.m.: deviezenprovisie, invoerrechten, uitvoerrechten, bijzonder invoerrecht op benzine ..., omzetbelasting ..., overdrachtsbelasting, belasting op de openbare verkoop van roerend goed, successie- en overgangsbelasting, registratierecht, in het algemeen de belastingen die thans door middel van zegel worden geheven. 3.
Belastingen op de verteringen, waartoe zijn te rekenen: gebruiksbelasting, vermakelijkheidsbelasting, accijnzen, motorrijtuig- en motorbootbelasting. 4.
Belastingen op het vermogen, waaronder vallen o.m.: de grondbelasting ..., de algemene vermogensbelasting. 5.
Belasting op door de overheid verleende vergunningen, o.m.: vergunningsrecht ingevolge de Vergunningsverordening 1949, vergunningsrecht ingevolge de Loterijverordening 1909’’.
ten lastevan de winst komen, maar dat kan van velerlei heffingen en lasten worden gezegd en de vrijstelling strekt nu eenmaal niet tot vrijstelling van alle heffingen, maar alleen van in het bijzonder omschreven belastingen. Wat nu geldt voor de beoogde, maar niet verkregen offers, geldt evenzeer voor de vervolgens opgelegde belastingen, die evenmin behoren tot de in art. 2, lid 1, Landsverordening ‘53 opgesomde soorten.
zonder wettelijke grondslag, niet kan worden aangenomen dat een waterleidingbedrijf daartoe bij de vervulling van de hem ... opgedragen taak de vrijheid heeft’’.
In de hoofdzaak’’, letter C, onder 2):
Vrijheid van doorvoer1. Goederen ….., alsmede schepen ….. worden geacht zich in doorvoer door het grondgebied van een verdragsluitende partij te bevinden, wanneer de doortocht door dit grondgebied, al dan niet gepaard gaande met overlading, opslag, breking van de lading of verandering in de wijze van vervoer, deel uitmaakt van een volledige reis welke begint en eindigt buiten de landsgrenzen van de verdragsluitende partij over het grondgebied waarvan de doortocht plaatsvindt. Verkeer van deze aard wordt hierna in dit artikel ‘’transitoverkeer’’ genoemd. 2. Er zal vrije doorvoer zijn door het grondgebied van elke verdragsluitende partij voor het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit het grondgebied van andere verdragsluitende partijen, en wel langs de voor het internationale transitoverkeer meest geschikte wegen. ….. 3. …... het transitoverkeer ….. moet worden vrijgesteld van alle in-, uit- en doorvoerrechten of andere met de doorvoer in verband staande heffingen, behalve vervoerskosten of andere kosten evenredig aan de administratieve uitgaven verband houdende met de doorvoer, of aan de waarde van verleende diensten. 4. Alle heffingen en regelingen waaraan verdragsluitende partijen het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit het grondgebied van andere verdragsluitende partijen onderwerpen, behoren redelijk te zijn, rekening houdende met de heersende verkeersomstandigheden.’’;
bij in- en uitvoer1.(a) Alle retributies en heffingen van welke aard ook ..... die door verdragsluitende partijen bij of in verband met in- of uitvoer worden geheven, dienen beperkt te blijven tot de bij benadering vast te stellen waarde der verleende diensten en mogen geen …... belasting voor fiscale doeleinden bij in- of uitvoer inhouden. (b) De verdragsluitende partijen erkennen de noodzaak tot beperking van het aantal en de verscheidenheid van de retributies en heffingen waarvan melding wordt gemaakt sub (a). ….. 2. Een verdragsluitende partij dient op verzoek van een andere verdragsluitende partij of van de verdragsluitende partijen de werking van eigen wetten en voorschriften in het licht van de bepalingen van dit artikel aan een onderzoek te onderwerpen.’’
voor de eilandgebieden: 1°. Verhoging van de verteringsbelastingen, met uitzondering van de gebruiksbelasting en de accijnzen. 2°. De instelling van een vermakelijkheidsbelasting. 3°. De instelling van nieuwe retributies, bijdragen en belastingen op verleende vergunningen. ..... Dat de voor de eilandgebieden opengelaten ruimte ten enenmale onvoldoende is behoeft geen nader betoog.’’;
Behandeling van het voorwaardelijke incidentele beroep in cassatie.
alvorensde burgerlijke rechter te adiëren
eerstde administratieve bezwaar- en beroepsgang volgen. Dienaangaande heeft het Gerecht in eerste aanleg overwogen (t.a.p.):
Staatsblad546, in haar oorspronkelijke redactie was, naar men moet aannemen, art. 1395 B.W. van toepassing op de terugvordering van onverschuldigd betaalde omzetbelasting en was daarmede de burgerlijke rechter bevoegd. ….. Aldus oordeelt, afhankelijk van de toevallige omstandigheden van het geval, nu eens de speciaal aangewezen belastingrechter dan weer de burgerlijke rechter over vragen van verschuldigdheid van belasting. Het is duidelijk, dat aan een zodanige dubbele bevoegdheid in geschillen over dezelfde rechtsvragen bezwaren verbonden zijn. De wetgever heeft daarom in 1938 het desbetreffende gedeelte van art. 20 van Pro de omzetbelastingwet aldus geredigeerd: Op daartoe door den belanghebbende gedaan verzoek wordt ….. teruggaaf verleend van ….. belasting, welke te veel of ten onrechte is betaald. Dit verzoek kon de gewone belastingprocedure inleiden, zodat de burgerlijke rechter werd uitgesloten. ….. Via andere bepalingen heeft deze regeling geleid tot art. 24 algemene Pro wet.’’
Conclusie.