Conclusie
Korte beschrijving van de zaak.
Objectieve en subjectieve aspecten van het fiscale inkomensbegrip.
Buitengewone lasten.
Artikel 38, 2e al.)
Beoordeling van het geschil.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of de helft van de verpleegkosten die na het overlijden van de zieke zijn betaald, als aftrekbare buitengewone last kan worden toegerekend aan de erfgenamen, terwijl de nalatenschap per saldo positief blijft.
De feiten betreffen de opname en het overlijden van de schoonmoeder van de belanghebbende, waarbij het ziekenhuis de kosten van verpleging na haar overlijden bij de erfgenamen heeft gevorderd. De erfgenamen betaalden deze kosten, waarna discussie ontstond over de fiscale aftrekbaarheid van deze uitgaven.
De Hoge Raad bespreekt het fiscale inkomensbegrip, het subjectieve karakter van buitengewone lasten en de jurisprudentie omtrent kosten van laatste ziekte en lijkbezorging. Het oordeel is dat kosten die na overlijden worden betaald, niet drukken op de erfgenamen als de nalatenschap positief is. Dit volgt uit het feit dat dergelijke kosten niet als persoonlijke lasten van de erfgenamen kunnen worden aangemerkt als zij niet hoger zijn dan de nalatenschap.
De conclusie is dat de aftrek van deze kosten niet mogelijk is bij positieve nalatenschap, waarmee het beroep van de belanghebbende wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en oordeelt dat de na overlijden betaalde verpleegkosten niet aftrekbaar zijn bij positieve nalatenschap.