Conclusie
door hem of haarverkregen door belegging". Niet zij heeft immers door (weder)belegging verkregen, maar de man. Dit onderdeel faalt m.i.
Parket bij de Hoge Raad
De vrouw en man zijn in 1958 gehuwd met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Tijdens het huwelijk werden drie woningen gebruikt als echtelijke woning, waarvan de eerste eigendom was van de vrouw en de tweede en derde woningen eigendom werden van de man, hoewel gefinancierd met geld van de vrouw.
Na de echtscheiding in 1982 vorderde de vrouw een bedrag van Fl. 153.266,- als aandeel in de waardevermeerdering van de woningen. De rechtbank kende haar een deel toe op grond van ongerechtvaardigde verrijking, maar het hof verwierp haar vorderingen grotendeels. De vrouw stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat eigendomsoverdracht aan de man rechtsgeldig was en dat de vrouw niet zonder meer aanspraak kan maken op waardevermeerdering, ook al is het pand met haar geld gefinancierd. Wel kunnen regels van redelijkheid en billijkheid aanleiding geven tot een dergelijke aanspraak. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, met name omdat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de vrouw geen recht zou hebben op een aandeel in de waardevermeerdering en omdat het onderscheid tussen rentevergoeding en waardevermeerdering onvoldoende was gemaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met betrekking tot de aanspraak op waardevermeerdering van de woning.