ECLI:NL:PHR:1987:AD0051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van curatormachtiging en terugwerkende kracht in alimentatiegeschil
In deze zaak gaat het om een alimentatiegeschil tussen een vrouw en een man die onder curatele is gesteld. De man was verplicht alimentatie te betalen, welke meerdere malen werd aangepast. De vrouw ging in hoger beroep tegen een beschikking die de alimentatie verlaagde. De curator van de man trad op in de procedure, maar beschikte aanvankelijk niet over de vereiste machtiging van de kantonrechter om in rechte op te treden.
De rechtbank had de ontvankelijkheid van de curator niet onderzocht en het hof nam de machtiging die tijdens de procedure werd verkregen aan als voldoende, zonder expliciet te oordelen over het ontbreken daarvan in eerste aanleg. De vrouw stelde dat dit onrechtmatig was en dat de curator niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden.
De Hoge Raad overweegt dat het mogelijk is dat een machtiging die tijdens de procedure wordt verleend, terugwerkende kracht kan hebben en het ontbreken van een machtiging in eerste aanleg kan dekken. Hoewel het hof dit niet expliciet heeft gemotiveerd, leidt dit niet tot vernietiging van het arrest omdat het hof de zaak inhoudelijk heeft beoordeeld en de beschikking van de rechtbank heeft vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de curator met terugwerkende kracht ontvankelijk is door de tijdens de procedure verkregen machtiging.