ECLI:NL:PHR:1990:AD6609
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid president rechtbank tot oplegging dwangsom niet ambtshalve
Eiser heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin onder meer de oplegging van een dwangsom door de president van de rechtbank werd bekrachtigd. Het cassatiemiddel richt zich specifiek tegen de uitleg van art. 611a Rv, dat voortkomt uit de Eenvormige Wet Dwangsom behorende bij een Benelux-overeenkomst.
De Hoge Raad overweegt dat het ambtshalve opleggen van een dwangsom niet is toegestaan, ook niet door de president van de rechtbank, en dat dit reeds onder de oude regeling niet mogelijk was. De wetgever heeft bij de nieuwe regeling van 1977 expliciet bepaald dat een dwangsom niet ambtshalve kan worden opgelegd. De Hoge Raad concludeert dat het bestreden arrest voor zover het de dwangsom oplegging bekrachtigt, vernietigd moet worden.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om een prejudiciële vraag aan het Beneluxhof te stellen over de uitleg van de Eenvormige Wet Dwangsom. Het middel wordt gegrond verklaard en de zaak wordt door de Hoge Raad zelf afgedaan door vernietiging van de dwangsomoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de ambtshalve oplegging van een dwangsom door de president van de rechtbank bekrachtigt.