Conclusie
toevertrouwd: HR NJ 1988, 860.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de uitleg van artikel 249 lid 1 Sr Pro centraal, dat minderjarigen beschermt tegen ontuchtige handelingen door volwassenen aan wier zorg zij zijn toevertrouwd. De feiten betreffen een meisje dat tussen 14 en 17 jaar oud was en meerdere malen door haar oom ontuchtig werd betast, zowel tijdens een logeerperiode als bij latere bezoeken.
Het hof veroordeelde de verdachte tot vier maanden gevangenisstraf wegens meermalen gepleegde ontuchtige handelingen. De verdediging stelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het meisje telkens aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd, met name tijdens een bezoek waarbij het meisje met haar ouders aanwezig was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het meisje tijdens de logeerperiode en de meeste bezoeken aan de zorg van de verdachte was toevertrouwd, mede op basis van verklaringen van de moeder en tante. Echter, het hof heeft onjuist geoordeeld dat dit ook gold voor het bezoek op 12 maart 1989, toen het meisje met haar ouders aanwezig was. Dit betekent dat het arrest niet in stand kan blijven en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nieuwe bewijsvoering en strafoplegging.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste interpretatie van het begrip 'aan zijn zorg toevertrouwd' en de noodzaak van feitelijke afhankelijkheid en een daad van toevertrouwen door ouders of wettelijk vertegenwoordigers.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe bewijsvoering en strafoplegging.